Kasjmier heeft een reputatie: kostbaar, kwetsbaar, ingewikkeld. Twee derde daarvan klopt. Kostbaar, ja; een beetje kwetsbaar, ook; ingewikkeld is het niet. Het vraagt slechts om vijf gewoonten, en die heb je snel aangeleerd.
1. Luchten in plaats van wassen
De belangrijkste regel eerst: kasjmier hoeft veel minder vaak gewassen te worden dan je denkt. De vezel neutraliseert geurtjes vanzelf; een nacht bij een open raam of aan een hanger in de badkamer vervangt in de meeste gevallen een wasbeurt. Elke wasbeurt die je voorkomt, verlengt de levensduur van de trui.
2. Als je het wast, doe het dan koud en met de hand
Koud water, een mild wolwasmiddel en voorzichtig aandrukken in plaats van wrijven of uitwringen. Geen heet water en niet normaal in de wasmachine wassen. Hitte en wrijving zijn de twee dingen waar kasjmier echt onder lijdt.
3. Liggend drogen, nooit ophangen
Nat kasjmier is zwaar en vervormt onder zijn eigen gewicht. Leg het daarom plat op een handdoek, breng het in model en laat het drogen. Nooit op een hanger, nooit op de verwarming en nooit in de droger. De droger is de snelste manier om van maat L een maat te maken die niemand past.
4. Pilling is normaal en op te lossen
Kleine pluisjes na de eerste paar keer dragen zijn geen kwaliteitsgebrek, maar een natuurlijke eigenschap van fijne vezels op plekken waar wrijving ontstaat. Met een kasjmierkam verwijder je ze in twee minuten. Na de eerste weken worden het er vanzelf minder.
5. Goed opbergen
Opgevouwen in de kast, niet opgehangen (regel 3 geldt ook als de trui droog is). Berg de trui in de zomer schoon en droog op, bij voorkeur met een stukje cederhout ernaast. Dat houdt motten weg zonder naar mottenballen te ruiken.
Dat is alles. Vijf gewoonten, die geen van alle langer dan een paar minuten duren, maken van een trui die één seizoen zou meegaan een trui die er na tien jaar beter uitziet dan menig nieuwe.




