Er is een moment waarop veel mensen een linnen kledingstuk weer terugleggen: wanneer ze zien dat het kreukt. Die reflex is begrijpelijk en toch verkeerd. Want de kreuk in linnen is geen gebrek, maar het bewijs dat het echt linnen is.
Linnen wordt gewonnen uit vlas, een vezel met weinig elasticiteit. Precies die eigenschap waardoor het kreukt, maakt het ook ademender en koeler dan bijna elke andere stof. Een materiaal dat bij warm weer niet aan het lichaam plakt, vraagt op een ander punt om een compromis — en dat punt is de kreuk.
Wie gladde perfectie wil, vindt die bij synthetische stoffen. Ze zien er ’s ochtends hetzelfde uit als ’s avonds, omdat er niets in verandert. Linnen beweegt. Elke kreuk zit op een andere plek dan tijdens de vorige keer dat je het droeg; geen enkel linnen kledingstuk ziet er ooit twee keer precies hetzelfde uit. Het draagt de sporen van de dag waarop je het hebt gedragen.
Het mooiste eraan: linnen wordt met elke wasbeurt zachter. Een nieuw linnen overhemd voelt gestructureerd aan, bijna stug. Na de tiende wasbeurt voelt het alsof je het altijd al hebt gehad. De stof raakt verweven met je leven, in plaats van hetzelfde te blijven.




